Een C.O.Jellema tour

Cornelius Onno Jellema copyright Klaas KoppeU wordt persoonlijk begeleid langs het woonhuis, een monument en het graf van de Groningse dichter C.O.Jellema. Tijdens de tocht worden enkele gedichten gelezen. Duur circa 2 uur. Het vervoer en het verplaatsen wordt in onderling overleg afgesproken. Kosten 50 euro.

Cor Onno Jellema leefde van 1936 tot 2003. Hij werd op 9 september geboren in de stad Groningen. Zijn vroege jeugd bracht hij door in midden Drenthe waar zijn vader dominee was. Na de oorlog werd hij besmet met open tbc door ex-kampgevangenen die terugkeerden. Hij lag als kind anderhalf jaar in bed. Dit ziekbed en zijn leven op het platteland van heidevelden en bossen hebben zeer waarschijnlijk zijn leven in grote mate beïnvloed. Tijdens zijn ziekbed begon hij versjes te schrijven. En hoewel hij later in Amersfoort, Amsterdam, Utrecht en Groningen heeft gewoond is hij nooit een stadsmens geworden.

Hij studeerde Duitse taal-en letterkunde in Utrecht. Hij gaf een poos Duitse les in het middelbaar onderwijs, totdat hij verbonden werd aan de Letterenfaculteit van de Universiteit van Groningen. Daar doceerde hij twintig jaar tot 1988.

In 1989 trok hij weg uit de stad Groningen en ging hij samen met zijn vriend en partner in het prachtige huis “Oosterhouw” wonen, ten westen van Leens. Daar vond hij “die rust en ruimte om te kunnen sterven” zei hij als 53-jarige. Het ging hem vooral om de rust en de stilte en om een plek waar hij altijd zou kunnen blijven.
In Oosterhouw richtte hij zich op het dichten, het schrijven als recensent en ook op het tuinieren. Samen met zijn partner,tuinarchitect, maakte hij een prachtige tuin achter Oosterhouw. Zijn vriend de tuinarchitect woont nog op Oosterhouw, inmiddels met een nieuwe partner. In de zomermaanden is de tuin enkele malen in het weekend te bezoeken.

Het tuinieren bracht hem dicht bij de eeuwigheid van kringlopen en het mysterie van het bestaan.

Jellema debuteerde in 1961 met de bundel ‘Klein gloria en andere gedichten’ In 1984 kreeg hij de Herman Gorterprijs voor de bundel ‘De toren van Snelson’.

Rilke en Meister Eckhart waren twee mensen die grote indruk op Jellema maakten. “Wij zijn allen individuen met een soort hunkering naar het opgaan in een eenheid” was een uitspraak van Jellema ,waarbij hij verwees naar Rilke en Meiser Eckhart.

Zijn laatste bundel in manuscript gereed, nog geen halfjaar voor zijn sterven, is ‘Stemtest’ uitgegeven na zijn dood) .

Jellema ligt begraven op een prachtige plek, de begraafplaats van Saaksum. Op zijn grafsteen staat “Wij zijn hier om het te noemen tot we niet meer zijn”. In Leens, aan de rand van het grasveld naast de kerk, is ter ere van Jellema een monument aangelegd. Een spreuk op een muur en twee gedichten van hem aangebracht in de treden van trappen.

Een Jellema toer bestaat dus uit een tocht Leens, huis Oosterhouw en Saaksum met zijn gebundeld werk in de tas.

Hovenier

Nog zit de vorst tien centimeter
diep in de grond, toch naast zijn schoenen
al sprieten groen van sneeuwklok,krokus.

Hij snoeit wat hoger werd dan hem,de vlinder-
struik tot op de schijnbaar dode stam.

Van zeven zwanen ziet hij op hun roep
de vorkvlucht boven naar het noorden.

Nog hoger denkt hij zich planeten en
nog kouder,verder,sterren,overdag
onzichtbaar, en de grenzen van ’t heelal.

Van daar ziet hij zich staan: een kruin,
verwaaide haren,een snoeischaar in
de hand, en naast de schoenen

die toefjes prille spriet net niet vertrapt.